OndernemersTips

Al 1.100 meldingen op ’kliksite’ roken in horeca

Clean Air Nederland (CAN) heeft tot nu toe de namen van 1.100 horecagelegenheden waar gerookt wordt op internet gezet. CAN kondigde ruim twee weken aan dat ze de namen op haar website zou gaan zetten. Volgens CAN wordt het rookverbod nauwelijks meer gehandhaafd en besluiten steeds meer uitbaters om roken weer toe te staan.Volgens CAN betreffen de meldingen onder meer kroegen, restaurants en sportkantines. ‘En de namen die we nu hebben vormen nog maar het topje van de ijsberg,’ aldus een woordvoerder.

In Nederland gold sinds de zomer van 2008 een algeheel rookverbod voor de horeca. Minister Edith Schippers versoepelde het verbod eind vorig jaar. In kleine cafés (kleiner dan 70 vierkante meter) zonder personeel mochten de asbakken weer terug op tafel.

 

Eigen Huis opent meldpunt WOZ

Vereniging Eigen Huis heeft een digitaal meldpunt geopend voor iedereen die klachten heeft over de behandeling van zijn WOZ-bezwaarschift door de gemeente. Volgens Eigen Huis lappen veel gemeenten de regels voor het afhandelen van WOZ-bezwaarschriften aan hun laars.Deze gemeenten gaan niet in op argumenten waarmee huiseigenaren willen aantonen dat de getaxeerde waarde van hun woning te hoog is en versturen standaardafwijzingen in de verwachting dat veel woningbezitters het er verder maar bij laten zitten. Ontoelaatbaar en in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, vindt de VEH.

‘Omdat huiseigenaren vaak genoodzaakt zijn een rechtszaak te starten, wordt het justitiële apparaat onnodig belast en worden onnodige kosten gemaakt,’ aldus Rob Mulder, directeur ledenbelang bij VEH. In 2010 werden ongeveer 165.000 bezwaarschriften bij gemeenten ingediend en circa 7.700 beroepsprocedures bij rechtbanken gevoerd tegen de WOZ-waarde van woningen en andere gebouwen. Uit de ervaringen die huiseigenaren delen met VEH blijkt dat een aantal gemeenten pas bij zo’n beroepsprocedure de moeite neemt om in te gaan op de oorspronkelijke redenen van het bezwaar.

Vaak doet de gemeente vlak voor de gerechtelijke procedure nog een schikkingsvoorstel, soms zelfs zonder dat dit op papier wordt gezet. Burgers ervaren dit volgens de VEH als handjeklap en vinden dit vreemd, onjuist en soms zelfs intimiderend.

Verplichte schatting voorlopige aanslag Vennootschapsbelasting vervallen

De verplichting voor de Vennootschapsbelasting om binnen 7 maanden na afloop van het boekjaar de belastbare winst te schatten, is met ingang van 2011 vervallen, zo meldt de Belastingdienst. De fiscus kijkt dit najaar wel of het ontbreken van een voorlopige aanslag op basis van historische gegevens terecht is. Belastingplichtigen voor wie dit niet het geval is ontvangen dan een brief met het verzoek een schatting te doen.Ondernemers die de voorlopige aanslag 2011 vennootschapsbelasting willen aanpassen of aanvragen, kunnen dit doen met een formulier dat zij kunnen downloaden van de website van de Belastingdienst. Ook kan de ondernemer de voorlopige aanslag aanpassen of aanvragen met zijn commerciële softwarepakket, of een formulier aanvragen bij de BelastingTelefoon, tel. 0800 – 0543.

Voor de voorlopige aanslag is half april het elektronische formulier op het persoonlijk domein voor ondernemers beschikbaar.

 

 

Fiscale voordelen Bedrijfs Opvolgings Regeling (BOR)

Per jaar wisselen ruim 15.000 bedrijven van eigenaar. Veel van deze bedrijven worden door ouders (deels) aan hun kinderen geschonken of gaan bij overlijden via vererving over naar de erfgenamen. Om de overdracht van bedrijven via schenking of vererving eenvoudiger te maken, is de Bedrijfs Opvolgings Regeling (BOR) in het leven geroepen. Deze regeling biedt fiscale voordelen voor de bedrijfsopvolgers. Zeker voor agrarische bedrijven, maar ook in andere branches is gebruikmaken van de BOR aantrekkelijk. Om optimaal van die voordelen gebruik te kunnen maken, is een goede waardering van uw bedrijf essentieel.De Bedrijfs Opvolgings Regeling (BOR) kent drie vrijstellingen:

  • een vrijstelling van erf- en schenkbelasting voor degenen die de onderneming krijgen en voortzetten;
  • uitstel van betaling van erf- en schenkbelasting voor degenen die de onderneming krijgen en voortzetten;
  • uitstel van betaling van erfbelasting als er meerdere erfgenamen zijn.

De Belastingdienst hanteert twee waarden voor een onderneming. De eerste waarde is de ‘goingconcernwaarde’: dat is de waarde van de gehele onderneming, inclusief de goodwill, bij voortzetting van de onderneming. Dan is er ook nog de ‘liquidatiewaarde’. Dit is de totale verwachte opbrengstwaarde van alle individuele bedrijfsmiddelen indien de onderneming zou worden geliquideerd.

Welke vrijstellingen kan de bedrijfsovernemer krijgen?

  • De goingconcernwaarde is maximaal € 1.000.000 en hoger dan de liquidatiewaarde: de bedrijfsovernemer krijgt 100 % vrijstelling van de erf- en schenkbelasting.
  • De goingconcernwaarde is maximaal € 1.000.000 en lager dan de liquidatiewaarde: de bedrijfsovernemer krijgt 100 % vrijstelling over de liquidatiewaarde.
  • De goingconcernwaarde is meer dan € 1.000.000 en hoger dan de liquidatiewaarde: de bedrijfsovernemer krijgt dan 100 % vrijstelling over de goingconcernwaarde tot € 1.000.000 en 83% vrijstelling over de goingconcernwaarde boven € 1.000.000.
  • De goingconcernwaarde is meer dan € 1.000.000  en lager dan de liquidatiewaarde: de bedrijfsovernemer krijgt 100 % vrijstelling over het verschil tussen de goingconcernwaarde en de liquidatiewaarde. Bovendien krijgt de bedrijfsovernemer 100% vrijstelling over de goingconcernwaarde tot

€ 1.000.000  en 83% vrijstelling over de goingconcernwaarde boven € 1.000.000.

Uitstel van betaling

De wetgever heeft in de BOR ook nog een uitstel van betaling opgenomen voor de bedrijfsopvolgers. Die is van toepassing als het ondernemingsvermogen meer is dan

€ 1.000.000  en de opvolgers gebruikmaken van de vrijstellingen voor erf- en schenkbelasting. Ook als er meerdere erfgenamen in het spel zijn, is uitstel van betaling mogelijk. Dit uitstel van betaling is rentedragend.

Welke voorwaarden kent de BOR?

Er is een aantal voorwaarden verbonden aan de regeling. Om te beginnen moet het gaan om een ‘materiële’ onderneming: u moet zich bezighouden met ondernemingsactiviteiten, niet met bijvoorbeeld beleggen. Gaat het om vererving? Dan moet u, in geval van overlijden, ten minste één jaar eigenaar zijn geweest van het bedrijf. Bij een schenking is die termijn langer: vijf jaar. Ook voor de bedrijfsopvolgers zijn er voorwaarden: zij moeten de onderneming minimaal vijf jaar voortzetten, anders komt de Belastingdienst met een herziene aanslag erf- of schenkbelasting.

BOR interessant voor kapitaalintensieve bedrijven

De BOR biedt dus ruime(re) vrijstellingen voor bedrijven waarbij de liquidatiewaarde hoger is dan de goingconcernwaarde. Veel van die bedrijven zijn te vinden in de agrarische sector. Bij deze bedrijven is de directe opbrengstwaarde van de onroerende zaken vaak veel hoger dan de indirecte waarde die vrijkomt uit de exploitatie van dergelijke ondernemingen. Ook bij veel transportbedrijven, recreatiebedrijven, drukkerijen, autobedrijven, jachthavens en zelfs bij bouwbedrijven en productiebedrijven komt dit voor. Bij dergelijke bedrijven is er vaak geen sprake van een reële verhouding tussen het bedrijfskapitaal en het rendement van de onderneming.

Waarderingsrapport essentieel!

Bij bedrijven waar overdracht via schenking of vererving speelt, is het daarom van groot belang een goed waarderingsrapport op te stellen. Een waarderingsdeskundige is degene die goed kan bepalen wat zowel de liquidatiewaarde als de goingconcernwaarde bedraagt. Met een goed rapport in handen liggen alle mogelijkheden open om gebruik te maken van de maximale vrijstellingen die de BOR biedt!

[Frank van Ee RAB RV is als overnameadviseur en waarderingsdeskundige werkzaam bij Alfa Fusies en Overnames (fvanee@alfa-fo.nl). Mr Teus van de Bospoort AA/FB is als fiscaal jurist werkzaam bij Alfa Accountants en Adviseurs (tvdbospoort@alfa-accountants.nl).]

 

Gemeente mag geen reclamebelasting heffen over klein bedrijfsnaambord

Rechtbank Arnhem heeft onlangs bepaald dat een ondernemer geen gemeentelijke reclamebelasting hoeft te betalen over een naambord van bescheiden omvang.Reclamebelasting is een belasting die een gemeente kan heffen als openbare aankondigingen gedaan worden die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn, zoals reclamewagens, lichtreclames, reclamezuilen, reclameborden of sandwichmannen die met hun borden rondlopen. Onlangs heeft Rechtbank Arnhem een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat geen reclamebelasting verschuldigd hoeft te zijn over een naambord van bescheiden afmetingen.

De gemeente had een bedrijf voor het jaar 2009 een aanslag reclamebelasting van 1.175 euro opgelegd. De rechtbank overwoog dat de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek die het opschrift omsloot kleiner was dan het in de gemeentelijke reclamebelastingverordening genoemde minimumoppervlak van 0,1 m. De rechtbank oordeelde dat ten onrechte reclamebelasting was geheven over het bescheiden naambordje van het bedrijf.

Maatregel lage btw-tarief op arbeid bij verbouwing of renovatie vereenvoudigd

Bouwend Nederland meldt dat de Belastingdienst heeft ingestemd met een vereenvoudiging van de tijdelijke maatregel rond het lage btw-tarief op arbeid bij verbouwing of renovatie. Voor tal van werkzaamheden geldt er vanaf vandaag een vaste verdeling arbeid-materiaal.Met deze forfaitaire benadering is het voor zowel de bouwer als de consument direct duidelijk voor welk deel van de totaalfactuur het lage btw-tarief geldt.

‘Het ministerie van Financiën en Bouwend Nederland zijn voortdurend in gesprek om de uitvoering van de laag btw-regeling zo eenvoudig mogelijk te maken. Daarom heeft de stichting Bureau Documentatie Bouwwezen (BDB) in opdracht van Bouwend Nederland onderzoek gedaan naar de generieke marktwaarden van de arbeidscomponenten bij renovatie en herstel van woningen. Op basis van die onderzoeksresultaten is nu het forfait afgesproken. De laag-btw regeling wordt hiermee nog eenvoudiger,’ aldus Bouwend Nederland.

Op de website van Bouwend Nederland is de aanpassing van de regeling uitgelegd. Tevens is er op www.bouwendnederland.nl een rekenmodel beschikbaar waarmee bouwondernemers snel offertes met het btw-voordeel zichtbaar kunnen maken.

 

Kleine verlaging WOZ-waarde dankzij afschaffing Fierensmarge

Rechtbank Arnhem oordeelt dat de WOZ-waarde van een woning door de afschaffing van de Fierensmarge in ieder geval moet worden verlaagd van € 590.000 naar € 581.000.Een woningeigenaar is het niet eens met de WOZ-waarde van zijn woning die door de gemeente Arnhem is vastgesteld op € 590.000. Met behulp van een gemachtigde gaat de woningeigenaar in bezwaar en beroep tegen de WOZ-beschikking. De gemachtigde schakelt voor het opstellen van een taxatierapport een taxateur in die verbonden is aan hetzelfde bedrijf. De woningeigenaar bepleit in beroep een waarde van € 469.000. De gemeente overlegt in beroep een taxatierapport met een waarde van € 581.000.

Kleine verlaging

De rechtbank oordeelt dat de WOZ-waarde van de woning in verband met de afschaffing van de Fierensmarge door de Hoge Raad in ieder geval moet worden verlaagd naar € 581.000. Voor een verdere verlaging ziet de rechtbank geen reden. De referentiewoningen die de gemeente noemt, laten zien dat een waarde van € 581.000 niet te hoog is.

Proceskostenvergoeding

Voor de bezwaarfase heeft de woningeigenaar recht op een proceskostenvergoeding van € 322 voor rechtsbijstand en € 285,60 voor de kosten van een taxatierapport. Dat de taxateur bij hetzelfde bedrijf werkt als de gemachtigde is geen beletsel voor het vergoeden van de kosten van het rapport, aldus de rechtbank. Wanneer taxateur en rechtsbijstandverlener bij dezelfde onderneming werken, dienen de kosten zorgvuldig onderscheiden te worden en zo nodig nader te worden onderbouwd. In dit geval zijn de kosten van de taxatierapporten, die afzonderlijk zijn gefactureerd, naar de mening van de rechtbank voldoende gespecificeerd en onderbouwd. Voor de beroepsprocedure ontvangt de woningeigenaar nog een proceskostenvergoeding van € 874.

 

Hoe rechters om moeten gaan met uitstelverzoeken

Belastingrechters krijgen regelmatig verzoeken om uitstel van de rechtszitting. De Hoge Raad oordeelt over een afwijzing van een uitstelverzoek door Hof Amsterdam en geeft richtlijnen over hoe een rechter met dergelijke verzoeken moet omgaan.

Wat vooraf ging

Een belastingplichtige maakt in zijn fiscale hoger beroepsprocedure gebruik van een professionele gemachtigde. De eerste zitting bij het hof wordt op verzoek van deze gemachtigde uitgesteld. Reden voor het uitstelverzoek is de ziekte van de moeder van de gemachtigde. Het hof plant een nieuwe zitting in.

Afwijzing verzoek om uitstel

Vlak voor deze zitting verzoekt de gemachtigde opnieuw om uitstel. Het hof wijst dit verzoek af en wel om de volgende drie redenen:

  1. Er is al eerder uitstel verleend.
  2. De verzoeken zijn beide keren zeer kort voor de zitting ingediend.
  3. De gemachtigde heeft kennelijk na het eerste uitstel geen maatregelen getroffen om voor vervanging te zorgen.

Verder beslist het hof dat een doelmatige procesgang zwaarder weegt dan het opnieuw uitstel verlenen van het onderzoek ter zitting. Tegen de uitspraak van het hof is beroep in cassatie ingesteld. In zijn oordeel over deze zaak geeft de Hoge Raad aan hoe een belastingrechter moet omgaan met verzoeken om uitstel van de zitting.

Tijdig verzoek inwilligen

Hoofdregel is dat de rechter een verzoek inwilligt wanneer dat tijdig is gedaan en onder aanvoering van gewichtige redenen. Is de rechter van oordeel dat zwaarder wegende belangen aan uitstel in de weg staan, dan zal hij dit moeten motiveren.

Gewichtige redenen

Of een verzoek tijdig is gedaan, hangt af van de reden ervan en de overige omstandigheden van het geval. De reden die de gemachtigde in deze zaak aandraagt, te weten de ziekte van zijn moeder, kan een gewichtige reden zijn. Dit is het geval als de ziekte zodanig is, dat in redelijkheid niet van de gemachtigde kan worden gevergd dat hij op de zitting verschijnt.

Geen reden tot weigering

Dat een gemachtigde al eerder om uitstel heeft verzocht, kan nooit reden zijn voor het weigeren van een uitstelverzoek met een gewichtige reden. Dat de gemachtigde geen zorg heeft gedragen voor vervanging is niet relevant, omdat deze duidelijk heeft aangegeven geen personeel in dienst te hebben. De omstandigheid dat de belastingplichtige zijn zaak zelf kan bepleiten, is evenmin relevant omdat de wet nu eenmaal het recht geeft zich te laten bijstaan door een gemachtigde.

Doelmatige procesgang

De enkele verwijzing van het hof naar een doelmatige procesgang is tot slot geen toereikende motivering om te kunnen aannemen dat in deze zaak onredelijke vertraging dreigt, en dat het belang van het vermijden hiervan zwaarder weegt dan de aanwezigheid van de gemachtigde op de zitting. Hof Amsterdam heeft onvoldoende rekening gehouden met het voorgaande. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak naar Hof ’s-Gravenhage.

 

 

Bewijslast gebruikelijkheid samenwerkingsverband rust op firmante

Op wie rust de bewijslast of een samenwerkingsverband gebruikelijk of ongebruikelijk is? Hof Leeuwarden besliste eind 2009 dat een firmante moet bewijzen dat het samenwerkingsverband met haar echtgenoot en zoon niet ongebruikelijk is. Advocaat-Generaal Niessen (AG) kwam juist tot de conclusie dat het de inspecteur is die dit moet bewijzen. De Hoge Raad hakt nu de knoop door en beslist dat de bewijslast rust op de firmante.

Werkzaamheden

De firmante heeft samen met haar echtgenoot en zoon in firmaverband een sloopbedrijf en een daarbij behorende groothandel in antieke bouwmaterialen. De firmante treedt naar buiten toe op als “het visitekaartje” van de onderneming. Zij heeft een uitgebreide kennis opgedaan van de materialen die gesloopt en verkocht worden, en zij geeft – waar nodig – prijzen en offertes door aan cliënten. De firmante draagt zorg voor het laten uitvoeren van het (groot) onderhoud van alle aanwezige vaste activa. Ook onderhoudt zij de externe contacten met adverteerders, verzekeringsagenten, deurwaarders en advocaten. Tot slot neemt zij ook het personeelsbeleid voor haar rekening en verzorgt zij de administratie.

Ongebruikelijk samenwerkingsverband

In haar aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2002 claimt de firmante de zelfstandigenaftrek. In geschil is of zij daar recht op heeft en meer specifiek de bewijslastverdeling voor wat betreft de ‘gebruikelijkheidstoets’ en de ‘ondersteunende-werkzaamhedentoets’. Rechtbank Leeuwarden heeft het beroep van de firmante gegrond verklaard. Hof Leeuwarden heeft het hoger beroep van de inspecteur gegrond verklaard. Volgens het hof is de firmante er niet in geslaagd te bewijzen dat haar werkzaamheden niet hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren. Ook heeft de firmante, op wie de bewijslast rust, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het samenwerkingsverband met haar echtgenoot en zoon niet ongebruikelijk is.

Bewijslast inspecteur

Advocaat-Generaal Niessen (AG) is het niet mee eens met de uitspraak van het hof en vindt dat de inspecteur moet bewijzen of er sprake is van een ongebruikelijk samenwerkingsverband. De vraag of er al dan niet sprake is van een ongebruikelijk samenwerkingsverband is niet een persoonlijke aangelegenheid van de belastingplichtige maar betreft macro-economische data, al dan niet per branche. De Belastingdienst draagt hierover, veel meer dan een individu of onderneming, de kennis. Het is dan ook redelijk dat de inspecteur het bewijs levert, bijvoorbeeld met kwantitatieve gegevens.

Firmante moet bewijs leveren

De Hoge Raad beslist dat het hof terecht de bewijslast heeft neergelegd bij de firmante. Dit blijkt ook  uit de Kamerstukken bij de totstandkoming van de Wet inkomstenbelasting 2001. Uit deze stukken volgt dat het aan de belastingplichtige is om aannemelijk te maken dat er sprake is van werkzaamheden die meetellen voor het urencriterium (ondersteunende-werkzaamhedentoets).Daarbij zal de belastingplichtige, al dan niet op uitdrukkelijk verzoek van de inspecteur, ook aannemelijk moeten maken dat zijn deelname aan een samenwerkingsverband met directe familieleden of huisgenoten niet ongebruikelijk is (gebruikelijkheidstoets).

Ondernemersfaciliteiten bij uitzondering

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever juist de bedoeling heeft gehad om in geval van samenwerkingsverbanden tussen met elkaar verbonden personen, de ondernemersfaciliteiten van de Wet inkomstenbelasting alleen in uitzonderlijke gevallen toe te kennen. Namelijk in gevallen waarin ondanks het ondersteunende karakter van de werkzaamheden van een van de betrokken personen niettemin tussen onafhankelijke derden een dergelijk samenwerkingsverband wordt aangegaan.

 

Banken komen met alternatief plan hypotheekverstrekking

Als het aan de banken ligt, moet een woningkoper in de toekomst minstens de helft van het aankoopbedrag gaan aflossen op zijn hypotheek. Dit is de kern van een voorstel voor aanscherping van de regels voor hypotheekverstrekking. Naast de aflosverplichting moet ook de verstrekking van een tophypotheek aan banden worden gelegd. Dit is een hypotheek die hoger is dan de aankoopwaarde van de woning. Het maximale leenbedrag zou moeten worden beperkt tot 112 procent van de woningwaarde.Het plan van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) is een alternatief voor een voorstel van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Het plan van de AFM is ingrijpender, maar richt zich vooral op de tophypotheek. Naast de aanscherping van het maximale leenbedrag tot 112 procent wil de AFM dat het deel boven de aankoopprijs in zeven jaar wordt afgelost. In het plan van de banken is de aflossing de eerste jaren lager.

De afbetaling moet over een periode van dertig jaar plaatsvinden. Het is overigens niet noodzakelijk om het hypotheekbedrag echt maandelijks te verlagen. Een leningnemer mag het af te lossen bedrag ook sparen en na dertig jaar in één keer de aflossing doen. Deze vermogensopbouw kan bijvoorbeeld door middel van een bankspaarconstructie. Hiermee behoudt de leningnemer hypotheekrente-aftrek over het volledige hypotheekbedrag.